· 

Studie tandheelkunde

Na een lange vakantie in 1966 kreeg ik eerst die beruchte ontgroening. Ik werd lid van Vindicat at que Polit. Iedere student was in die tijd lid van een studentenvereniging. In die tijd had je nog een echte ontgroening. Het was  jaar waarin ik veel vrienden voor het leven heb gemaakt. De latere burgemeester van Amsterdam, Job Cohen was een jaargenoot van mij, maar hij had andere interesses dan ik.

De eerste twee jaar van mijn studie bestond uit volledig geneeskunde. Zo ging dat toen nog.

Pas in het derde jaar begon het practicum tandheelkunde. Je moest dan op gipsmodellen  vullingen en kronen maken en dat was vrij lastig. Het nadeel was dat mensen met "twee-linker-handen" toen pas door kregen dat ze misschien toch niet zo geschikt waren voor dit vak en alsnog moesten kiezen voor een andere studie. Toch had deze volgorde ook voordelen. 

Je kreeg een beter inzicht in de geneeskunde en je leerde respect te hebben voor de mens in z'n geheel. Wij moesten toen nog bijvoorbeeld in lijken snijden en dan stond je wel heel dicht bij de dood en het leven en werd je duidelijk wat geneeskunde eigenlijk was.

 

Eed van Hippocrates, voor altijd 

Zo werd bij het vak medische ethiek de "Eed van Hippocrates" nauwkeurig doorgenomen. Deze eed moest iedere student geneeskunde en tandheelkunde afleggen op het moment dat hij arts of tandarts zou worden. De eerste zin van deze eed spreekt boekdelen:

“Ik zweer/beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens”.

Deze zin heb ik m’n leven lang goed onthouden. Automatisch ben ik ook zo gaan leven. Je best doen om het allerbeste aan de patient te geven waarbij je soms het financiele plaatje moest vergeten. Zowel mijn vader als ik hadden veel respect voor de patiënt en voor de eed en ik ben gedurende de drie-en-veertig jaar dat ik tandarts ben geweest nog nooit van deze regel afgeweken, soms tot grote irritatie van mijn medewerkers.: "Ach wat maakt het uit, met een kiesje minder kan een mens ook leven" werd er weleens gezegd. Dat kon er bij mij niet in. Ik probeerde altijd een tand of kies te redden en mijn streven was om de vullingen, kronen of inlays zo te maken dat ze niet meer hoefden te worden vervangen, want iedere keer als je een vulling vervangt boor je weer een stukje meer weg van de kies of tand en maak je hem minder sterk. Daarbij kwam natuurlijk ook de leer van de krachten weer om de hoek kijken.

Dat naar de Eed van Hippocrates uit kostenbesparing steeds minder wordt gekeken vind ik onbegrijpelijk. Je doet niet wat je hebt beloofd. Voor mij is dat dan ook gewoon malpraxis, maar er wordt heel lichtzinnig mee omgegaan en vooral door de overheid en de verzekeraar.

Dat de overheid de hedendaagse arts en tandarts dwingt de "Eed van Hippocrates" naast zich neer te leggen als vorm van kostenbesparing is voor mij niet te bevatten. Dat artsen en tandartsen dat idee dan ook nog zomaar overnemen zonder hun hart te laten spreken is voor mij ook onbegrijpelijk. Op die manier stevenen we immers af op een verloedering van de gezondheidszorg en dus ook van de gehele maatschappij. 

 

Patiëntenbehandeling

In het vierde jaar mocht je als student dan eindelijk aan patientenbehandeling beginnen. 

Ik zie me nog m’n eerste amalgaam vulling bij een patiënt maken. Een uur deden we daarover en misschien nog wel langer. Maar het was leuk en het werd steeds leuker. Het ging goed en ik had een goede klik met m’n docenten en m'n patiënten die zagen dat ik erg nauwkeurig werkte. Ik verheugde me er al op om met m’n vader in "zijn" praktijk te gaan werken. 

Dat het zover nooit zou komen had ik niet durven hopen. Op 6 maart 1973 overleed m’n vader op zestig jarige leeftijd plotseling aan een hartinfarct. Een verschrikkelijke tijd brak aan. Eén van mijn hoogleraren, professor Veldkamp zag dat ik moeite had met het verwerken daarvan en hielp. Een goed mens was hij.

Hij nam me mee naar congressen en cursussen en regelmatig kwam ik bij hem thuis om de kneepjes van het vak te leren. We hadden er beide lol in. Aan het eind van m’n studie regelde hij zelfs een post-graduate cursus Parodontologie in Amerika voor mij. Ook voor hem gold de regel dat je je uiterste best moest doen om de patient optimaal te helpen. Ik heb veel van hem geleerd en veel aan hem te danken. 

Bijzonder was ook dat hij persoonlijk mij de tandartsenbul heeft uitgereikt en de "Eed van Hippocrates" heeft afgenomen. 

Tot de laatste dag van mijn werkzaamheden heb ik me aan die eed gehouden en niet geknoeid in de mond van de patient en met de declaratiecodes, hetgeen nu op grote schaal gebeurt en heel gewoon wordt gevonden. De patiënt is de dupe want die weet niet beter. Een heel akelig idee!

En helaas, het transparant werken en het werken volgens de "Eed van Hippocrates" blijkt  althans voor de overheid een slechte keuze van mij te zijn geweest. 

Ik heb de patiënt altijd zelf laten kiezen wat hij of zij wilde en aan de hand daarvan m’n werk zo goed mogelijk gedaan. De patiënten waren me dankbaar. In overleg met de patiënt een zo goed mogelijke kwaliteit leveren tegen de prijs die daarbij hoort is nergens in Europa verboden maar wel in Nederland, volgens drie kleine wetjes. Ik kende ze niet. Mijn advocaat in Groningen, J.K. van advocatenkantoor T. kende ze ook niet, want anders had hij me een ander advies gegeven. En de Koninklijke Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde kende de wetjes wel, maar bij monde van mevrouw Papenrecht, had volgens hen de NZa er nog nooit wat mee gedaan en werd het afspreken van prijzen met de patient als grijs gebied gezien.

Zonder het te weten heb ik die drie wetjes overtreden en in plaats van me daarvoor te waarschuwen en een oplossing te zoeken werd ik volledig afgeslacht op een manier die voor vele van mijn naasten niet duidelijk was en is. Ook is het voor niemand duidelijk wie of wat er precies achter zit. Misschien een jaloerse collega of adviseur? Of gewoon een olifanten beleid van iemand bij de NZa die totaal niet weet waar hij of zij mee bezig is?

Een goedlopende praktijk naar de vernieling helpen alleen maar om als voorbeeld voor andere tandartsen te dienen?

Misschien heeft deze man of vrouw gedacht, ach die man is zo oud, die moet maar 'es stoppen. Alleen heeft deze man of vrouw vergeten dat ik nu ook geen pensioen meer heb. Of was dat misschien ook de bedoeling. Iemand afslachten tot 'ie echt niet meer verder kan. Was Arthur Gotlieb niet genoeg....

Dode tand (re.) en lelijke kroon (li.) gemaakt in andere praktijk maar wel volgens de regels van de overheid
Dode tand (re.) en lelijke kroon (li.) gemaakt in andere praktijk maar wel volgens de regels van de overheid
Twee nieuwe kronen maar niet volgens regels van de overheid gemaakt door Gerard en mij.
Twee nieuwe kronen maar niet volgens regels van de overheid gemaakt door Gerard en mij.