· 

Schoolopleiding en z'n invloed

M'n eerste schooldag op de middelbare school was niet leuk.

Achteraf geloof ik dat ik zelfs de eerste twee jaar niet erg leuk vond. Er is van die periode bar weinig blijven hangen.

Vanaf het derde schooljaar begon het leuker te worden. Vakken als natuurkunde en scheikunde vond ik het meest interessant.

Mijn natuurkunde leraar was meneer de Jong en m'n scheikunde leraar was meneer Schimmel. Meneer Schimmel stond bekend om het geven van lage cijfers op proefwerken en examens. Daarom was het extra leuk dat ik op m'n eindexamen voor scheikunde een 10- had, het hoogste cijfer dat je kon halen. Ook voor natuurkunde eindigde ik zeer hoog. Het exacte cijfer weet ik niet meer maar het was iets van een 9,5 of zo.

Bijzonder interessant vond ik het gedeelte van de natuurkunde waarbij krachten in het spel waren, de dynamica of krachtenleer als tak van de klassieke mechanica. Het berekenen van krachten uitgeoefend op een bepaald voorwerp en wat er dan gebeurde vond ik erg leuk. Er werd van alles bedacht door meneer de Jong om het mij zo moeilijk mogelijk te maken, maar ik kwam altijd tot een oplossing. We hadden er beide lol is en het leidde soms tot lange discussies.

Het is alsof ik in mijn onderbewustzijn al bezig was met tandheelkunde terwijl ik in die tijd nog altijd van plan was om werktuigbouwkunde te gaan studeren.

 

Tandheelkunde

In de tandheelkunde speelt het voor een groot gedeelte ook om krachten. Hoe sterk kun je een vulling of een kroon maken, zodanig dat die niet kapot gaat? Wat voor krachten komen op de kies of de tand en hoe zijn ze gericht? Hoe zit het met de trekkracht of retentie van een kroon of vulling? Dat stukje van de tandheelkunde heeft me altijd geboeid en hoe meer ervaring ik kreeg hoe beter dat mij af ging.

Ik had wat dat betreft natuurlijk wel de tijd mee. In het begin van mijn praktijk tijd werkten wij nog met amalgaam (een legering van zilver en kwik) en goud. Porselein werd minder ingezet omdat het niet sterk was. Alleen bij de voortanden werd wel porselein gebruikt. Pas later werd steeds meer porselein toegepast omdat de industrie het voor elkaar kreeg om zeer sterke soorten porselein (of beter gezegd keramiek) te maken. Het toevoegen van leucite bijvoorbeeld maakte het keramiek vele malen sterker.

Hadden we eerst het pure veldspaat porselein, later werd er met het versterkte keramiek veel meer mogelijk.

In de negentiger jaren en later ging het helemaal los met keramiek. Er kwamen Aluminiumoxide, Zirkoniumoxide, Lithiumdisilicaat, allemaal keramieksoorten die enorme krachten konden verwerken en ook nog mooi waren.

 

CEREC-2

Er kwam rond 1985 een CAD-CAM machine op de markt, de CEREC-1 van Siemens Duitsland, een soort robot dat buiten de mond van een patient blokjes keramiek kon bewerken en daarvan kronen en inlays kon maken. Het was niet te geloven; je maakte een opname met een digitale camera en even later had je een keramische vulling. Toen ik z'n opvolger, de CEREC-2 in 1995 kocht was ik er erg blij mee want toen kon ik volop experimenteren met alles wat met het krachtenspel te maken had. Ik kon de vorm variëren en spelen met de dikte van het materiaal, zodanig dat ik een eindproduct kreeg dat zo sterk was dat je het niet zomaar kapot kon krijgen. Natuurlijk was de verlijming ook zeer belangrijk. Dat was immers de zwakste schakel in het geheel. En daarbij kwam weer mijn chemische interesse om de hoek kijken. Hoe kun je tand en keramiek zodanig verlijmen dat het niet zomaar weer los laat. Dat was een hele kunst en dat heeft me tot het einde van mijn praktijk bezig gehouden. Maar ik wist dat ik met mijn lijmtechnieken van vele collega's kon winnen. Dat had ik links en rechts al vernomen en tijdens een studie van de 3M-company in Duitsland stond ik op het lijstje van de top-20 sterkste “verlijmers” op plaats nummer één, nummer twee ver achter mij latend. 

Natuurlijk kwam dat allemaal niet vanzelf. Ik had anderen nodig die me bij mijn experimenten hielpen en die waren er genoeg merkte ik. Door mijn brede kennis en ervaring drong ik door tot in de top van grote industrieën op het gebied van de tandheelkunde, zoals de 3M-company en Ivoclar-Vivadent. Ik was daar een graag geziene gast waarbij er veel werd uitgedacht en besproken. Met mijn vriend Ries Vreeswijk, hoofd tandheelkunde 3M-Nederland en Frédéric van de Vliet, 3M-Duitsland had ik vaak contact en werden er onderzoeken opgezet waar ik sterk bij betrokken was evenals bij de uitvoering ervan. Voor hen heb ik vaak lezingen en cursussen gegeven. Er werd zelfs een CD uitgebracht door 3M-Nederland waarbij ik liet zien hoe je keramiek het beste kon verlijmen. Het was een leuke tijd, maar ik merkte dat er ook veel jaloezie onder andere tandartsen ontstond, met name bij die groep die het niet zo nauw nam met de kwaliteit.

 

Tandtechnisch materiaal

Samen met mijn vaste tandtechnicus Gerard van der Wal van Excent Tandtechniek, probeerden we van alles uit om keramische werkstukken zo mooi en zo sterk mogelijk te maken. Helaas gaan schoonheid en sterkte vaak niet helemaal samen, maar  die combinatie lukte steeds beter tot grote tevredenheid van onze patiënten die met onze werkstukken in hun mond rondliepen en die prachtig waren en tientallen jaren mee zullen gaan. (Zie de foto's onder elk hoofdstuk.)

Bij het geven van demo's en cursussen merkte ik dat de kennis van keramische systemen en lijmsystemen in tandheelkundig Nederland niet erg hoog is. Vermoedelijk was het aanbod van keramische- en lijmsystemen te groot of de interesse daarvoor niet aanwezig. Nederlandse tandartsen opleidingen besteden er trouwens ook nog eens erg weinig aandacht aan. Professor Bart van Meerbeek uit Leuven was één van de weinigen die perfect op de hoogte was en veel onderzoek in die richting deed. Er zijn natuurlijk collegae die net zoals ik precies weten hoe het moet, maar dat aantal is internationaal gezien al erg gering en in Nederland helemaal gering. De rest doet vaak maar wat en is eigenlijk niet in staat om kronen en inlays te maken die tientallen jaren meegaan. 

Een ding is me wel opgevallen. Om een top-kroon of inlay te maken heb je tijd, geduld  en goed materiaal nodig en moet je uitermate nauwkeurig werken.

Des te zuurder was het voor mij dat in Nederland vanuit de overheid dit aan alle kanten tegengewerkt en zelfs bestraft wordt. Om van de hoeveelheid jaloezie nog maar niet te spreken. Zelfs adviseurs als professor Albert Feilzer, een kluns eerste klas die nooit hoogleraar materiaalkunde had moeten worden, durven zelfs te beweren dat die extra tijd, aandacht en beter materiaal geen betere kroon opleveren. Hoe is het mogelijk om zoiets te beweren en dat ook nog eens door een hoogleraar materiaalkunde. 

Nou, mijn ervaring is heel anders en daar heb ik voorbeelden genoeg van.

 

Kwaliteit slecht, patient de dupe

Dat mijn liefde voor mijn vak niet wordt gewaardeerd door onze overheid doet pijn vooral omdat ik vele jaren met alle energie en liefde aan een zo goed mogelijk eindproduct heb gewerkt.

Natuurlijk ben ik niet de enige die dit heeft gedaan, maar deze collega's hebben het in deze tijd extra moeilijk omdat ze gedwongen worden om met codes in de nota's te knoeien om een normale omzet te kunnen draaien.

Het aantal "slechte" tandartsen en dat zijn helaas de meesten in Nederland, zal alleen maar groeien omdat je door de overheid die richting op wordt geduwd. Als je steeds goedkoper moet gaan werken ga je immers sneller werken en zal de kwaliteit achteruit gaan.

Nederland is het enige land in Europa waar de overheid bepaalt wat de kwaliteit zal zijn in de tandheelkunde waarbij de patient niets te zeggen heeft. En dan met knoeiers als Albert Feilzer als adviseur zal deze situatie in Nederland alleen maar erger worden.

Echte vaklui zijn nodig om het tij te keren en geen juristen of zogenaamde vaklui die het verschil niet kennen tussen een goede en slechte kroon.

Nederland als voorbeeldland in Europa, wat ze graag willen zijn, hoe bedenk je het!

 

Twee lelijke en slechte kronen gemaakt in een andere praktijk
Twee lelijke en slechte kronen gemaakt in een andere praktijk
Resultaat nadat Gerard en ik ze hebben overgemaakt. Ook het tandvlees is blij!
Resultaat nadat Gerard en ik ze hebben overgemaakt. Ook het tandvlees is blij!